Nog even Rusland en dan Mongolië

9 mei. Midden in de nacht om half twee worden we gewekt door onze Provodnika, we hebben nog een uur om onze tassen in te pakken en te ontbijten. Als we uitstappen in Irkutsk is het half acht plaatselijke tijd en straalt het zonnetje vrolijk aan de blauwe hemel. We worden opgewacht door onze host Anne die ons de weg wijst naar ons taxibusje. De chauffeur hier van brengt ons naar het 55 kilometer verderop gelegen Listvianka. Vlak voor onze eindbestemming hebben we een schitterend uitzicht over het nog deels bevroren Baikalmeer. Het Baikalmeer is het grootste zoetwatermeer ter wereld en het water is glashelder. Op de achtergrond zijn bergen te zien met sneeuw en langs de kant van het meer liggen nog grote brokken opgekruid ijs. Bij onze homestay worden we begroet door Tanja, zij wijst ons de kamer met uitzicht over het Baikalmeer. Na de thee met stroopwafel gaan we op verkenning door het dorp. We stoppen even bij het herinneringsmonument van de slachtoffers van WOII. Hier staat een herdenkingsdienst op het punt van beginnen. Het is namelijk Bevrijdingsdag in Rusland. We krijgen net als andere gasten een bevrijdingslintje en zijn onder de indruk van de ceremonie. Er zijn wat speeches, er worden kransen gelegd en de plaatselijke politie geeft een demonstratie stevig marcheren.
In het dorp is ook het één en ander te doen. Zo is er een rommelmarkt, zijn er verschillende kraampjes met souvenirtjes en wordt er op de markt vers gerookte Omul vis verkocht. Aan deze plaatselijke specialiteit doen wij ons graag te goed. Net als de rijst en het brood smaakt de vis heerlijk. We ontmoeten een jonge student die in Irkutsk woont en ondanks zijn zeer beperkte kennis van de Engelse taal lukt het voor het eerst een aardige conversatie aan te gaan met een Rus. We maken een mooie wandeling langs het steenstrand, spelen wat met het soms nog metersdikke opgekruide ijs en klimmen langs de steile klif omhoog voor een prachtig uitzicht over het meer. We zitten nog geen vijf minuten in onze korte broek uit te rusten als het weer ineens snel veranderd. Het trekt dicht, het begint te spetteren en de wind neemt flink toe. We nemen de kortste weg terug naar het dorp. Hier bezoeken we nog even de toeristeninfo waarbij het Engels van de baliemedewerkers zeer beroerd te noemen is. Op de weg terug naar onze homestay pikken we nog twee Omul vissen op en doen ons te goed aan dit heerlijk diner.

10 mei. Aan het ontbijt ontmoeten we twee Franse toeristen die de Trans Mongolië route andersom doen. Dit geeft de gelegenheid informatie uit te wisselen. Het weer is gelukkig weer zonnig. Wij hebben voor vandaag het uitzichtpunt aan de andere kant van het dorp op de planning staan. Hiervoor lopen we een kilometer of vijf naar de kabelbaan die ons 750 meter omhoog brengt. Tijdens de wandeltocht langs het Baikalmeer valt op dat bijna al het ijs langs de rand verdwenen is. Vanaf de top van de heuvel waar we uitkomen, kunnen we nog wel veel ijs zien. Het uitzicht is werkelijk prachtig. In de winter kan vanaf deze helling geskied worden. Nu ligt er op de noordelijke helling nog wat flinke stukken sneeuw waar we ons even gaan vermaken. Erwin vindt een plaat hout die hij uitprobeert als slee. Het resultaat is te zien in dit filmpje: (volgt nog)
Na een uitgebreide lunch kerven we voor Erwin zijn zus nog een verjaardagswens in het ijs met uitzicht over het meer. We willen hier net een foto van maken als er een grote rookwolk vanuit Listvianka over het meer trekt. Helaas bederft dit het uitzicht en later blijkt dat men bezig is met het afbranden van lage vegetatie in het bos. We rusten even uit in de homestay en gaan dan nogmaals op pad naar het centrum om een diner te scoren. We eindigen net als gisteren op de vismarkt voor een typisch Baikal diner. Omul vis, steak, rijst en brood. Op de terugweg vermaken we ons nog even met ijsschotsen breken door stenen erop te gooien. Erwin denkt dat makkelijker te kunnen door naar het blok toe te lopen maar dit valt in het letterlijk ijskoude water vies tegen.

Kijk maar eens naar dit filmpje. (volgt nog)

Voor Rhianne is dit wel reden om het meer om te dopen in Bikkelmeer. Eenmaal thuis ontspannen we nog een poosje en gaan dan slapen.

11 mei. Om negen uur zitten we aan ons pannenkoeken ontbijt. Dan is het alweer tijd om onze tassen te pakken en terug te gaan naar Irkutsk. Onze chauffeur is keurig op tijd en zoals afgesproken stoppen we halverwege in het Taltsy museum of wooden architecture. Dit is een openlucht museum wat laat zien hoe in Siberië de afgelopen tweehonderd jaar is geleefd. Een aantal houten huizen zijn verhuisd vanaf de oorspronkelijke plek en herbouwd in het museum en een aantal zijn nieuw gebouwd. We hebben een uur de tijd dus snellen we ons door het museum. Soms kunnen we een kijkje nemen in een huis dat dan compleet ingericht is in oude stijl. We doen nog even oude spelen voor we ons weer bij onze chauffeur voegen. Hij zet ons netjes af bij de bagageopslag op het station. Als we na vijf dagen zonder internet (best goed te doen hoor), weer even het World Wide Web gezien hebben gaan we naar de stad. Irkutsk is de handelsstad van Siberië met ongeveer 600.000 inwoners. De stad heeft een aantal interessante gebouwen en een leuk centrum met een aantal overdekte markten. Hier kopen we eindelijk de nodige groente en fruit waar we al een paar dagen zonder doen. Als we na de lunch proberen een Russische verjaardagskaart te scoren ontmoeten we Vladimir. Een 23 jarige inwoner van Irkutsk en één van de weinige die goed Engels spreekt. Met hem kunnen we een tijd praten over de echte Russische cultuur die in toeristengebieden goed verborgen blijven. Als we nog willen proberen onze kaart te postten blijkt er wederom een feestdag te zijn in Rusland waardoor het postkantoor dicht is. Jammer! We beslissen om onze website nog even up to date te maken met de Wi-Fi van het Bier Haus. In dit café/restaurant  lopen alle serveersters in Duitse lederhosen. Omstreeks half 10 zijn we terug op het station om onze reis verder te vervolgen richting Mongolië. Met trein nummer 362. Deze trein rijdt dagelijks één keer tussen Irkutsk en Ulan Bataar. Onze coupé delen we deze keer met een Franse toerist. We hebben interessante gesprekken over de cultuurverschillen en gaan pas om 02.00 slapen.

12 mei. We worden vlak voor het station van Zagustay wakker. Het is dan half elf en we hebben in totaal 5769km er op zitten. Het is zonnig en we genieten even van de frisse lucht. Het blijkt dat de achterste helft van de trein is afgekoppeld vannacht en dat onze coupé nu de laatste is. Dit betekend wel dat er nu mooie plaatjes geschoten kunnen worden door het achterste raam. Onze boemel stopt tijdens deze 50 uur bijna elk uur. Best veel voor een Russische trein en zeker als blijkt dat de meeste stops niet meer dan 2 minuten duren. Het landschap is snel veranderd. Vooral het stuk langs het Gooselake is mooi. Aan de ene zijde het meer aan de andere kant de heuvels. Net voor we bij de Russische grens aan komen gaat de wc in de trein op slot, het is dan half twee. Op het station worden al snel onze paspoorten gecontroleerd en dan mogen we de trein uit om te wachten. Het is maar goed dat we even binnen blijven want binnen tien minuten wordt onze coupé losgekoppeld van de rest. Dit blijkt het begin te zijn van een spelletje wat nog het meest weg heeft van balletje-balletje of tikkertje. Zo’n tweehonderd meter buiten het station blijven we 15 minuten staan. Hierna worden we terug geduwd op een spoor naast de trein. Hier worden weer twee wagons achter gekoppeld en als geheel worden we voor de oude trein geduwd. Wij zijn dan inmiddels ruim twee uur verder. Aangezien de paspoortcontrole pas om vijf uur nog een keer komt gaan we even uit de trein om de laatste roebels op te maken. Bij een kraampje kopen we wat koekjes, water en chips. Eenmaal terug gaan we even bijslapen om de tijd te verdrijven. Eindelijk worden we gewekt voor de volgende paspoortcontrole wat weer het begin wordt van een nieuw circus. Maar liefst drie keer wordt het paspoort bekeken en de coupé wordt tot twee keer doorzocht op foute goederen. Lees: met zaklamp naar binnen komen lopen om je heen kijken en de bank omhoog doen om te kijken wat er onder ligt (tassen). Eindelijk kunnen we op weg naar de Mongoolse grensovergang. Het is dan half acht en zes uur later dan de aankomsttijd. In niemandsland gaat de wc voor 10 minuten weer open wat voor grote opluchting zorgt bij vele mensen in de trein. We krijgen een entry formulier en goederendeclaratie formulier die we moeten invullen. Bij de grens worden onze paspoorten wederom twee keer gecontroleerd en ten slotte ingenomen. De coupé en tassen worden opnieuw doorzocht en we krijgen nog een formulier voor een gezondheidsverklaring. Dan is het weer wachten geblazen tot de paspoorten terugkomen. Gelukkig is de klok een uur teruggegaan dus is het nog steeds acht uur. Rond half negen krijgen we onze paspoorten gestempeld en wel terug. Nu hoeven we alleen nog te wachten tot we aan een andere trein gekoppeld zijn die ook mee gaat richting Ulan Bataar. Dan wordt het vanzelf 21.05 en gaan we volgens schema! verder met de reis. Het hele traject van de grensovergang heeft dan precies 8,5 uur geduurd… Aangezien het inmiddels ook donker is en we morgen vroeg op moeten beslissen we om te gaan slapen.

13 mei. Al om 05.45u worden we gewekt door onze Provodnika terwijl we pas om 7.10u aankomen in Ulan Bataar. Zodra het een beetje licht wordt kunnen  we naar buiten kijken en blijkt de omgeving bedekt te zijn onder een witte laag sneeuw. Toch iets anders dan wij verwachtten na het zien van de weersvoorspelling van 25 graden en zonnig. Gelukkig blijkt de stad bij aankomst zonder sneeuw en is het een graad of veertien. Met de auto worden we naar ons hotel gebracht. Het verkeer in UB is op z’n zachts gezegd chaotisch met auto’s die overal kriskras door elkaar rijden. Bij aankomst blijkt de dorm niet erg goed te zijn. Behalve een aantal dozen en wat gestapelde matrassen is er niets. We kijken een beetje moeilijk en gelukkig krijgen we een andere kamer. Dit wordt een twee persoonskamer met eigen badkamer, luxe! We frissen ons op en gaan dan richting het centrum om een tour te regelen voor de komende dagen door het binnenland van Mongolië. Het verkeer is voor een voetganger nog een tikkeltje erger als wij dachten. En dan zijn we toch al wat gewend! Oversteken bij een driebaansweg is vooral niet blijven wachten, maar oversteken net als iedereen, voor een aankomende auto. Pff dachten wij dat Hanoi een uitdaging was met zijn miljoenen scooters. We bezoeken onderweg het Gandan Khiid klooster. Vervolgens lopen wij ook een rondje rond de gebedswielen ( tientallen ijzeren tonnen ) die om de Boeddha staan en draaien we ze allemaal.

In Nederland hebben we al mailcontact gehad met iemand van UB guesthouse om daar misschien onze tour mee te gaan doen. We hebben een goed gesprek en ze gaat kijken of er iemand met ons mee wilt om de tour wat leuker geprijsd te krijgen. We lopen door naar informatiecentrum en bezoeken het parlementsplein. Hierna gaan we onze kaarten posten. De postzegels zijn lekker groot, dus dat scheelt weer wat schrijfwerk.

Een andere organisatie blijkt pas vanaf juni weer tours aan te bieden naar de plek waar wij graag heen willen, namelijk de Gobi woestijn.

We verplaatsen ons lopend naar de andere kant van de stad een trip van een paar kilometer. Hier gaan we in het Nairamdal Park kijken naar een voorstelling van Tumen Ekh Song en Dance Ensemble. Ruim een uur worden we vermaakt met traditionele dans en muziek van artiesten die allemaal gekleed zijn in traditionele Mongoolse gewaden.

Na de voorstelling gaan we terug naar het centrum op zoek naar wat eten. Dit vinden we uiteindelijk bij een Mongools/Amerikaans restaurant. Nadat we gegeten hebben is het half tien. Gelukkig is de supermarkt tot 22.30 uur open en kunnen we nog even een ontbijt voor morgenochtend scoren. Als we terug zijn in ons hotel blijkt de verlichting op de kamer niet te werken. We laten iemand komen en ontdekken even later dat de lampen uit de fitting gedraaid zijn. Hij had alleen wel de mededeling dat we terug moesten naar de dorm, terwijl die ochtend was afgesproken dat we hier de nacht mochten blijven. Na veel handen en voeten werk en een telefoontje naar iemand die wel Engels spreekt mogen we toch blijven… Eindelijk kunnen we om 0.00 uur gaan slapen.

14 mei. We slapen een beetje uit en genieten dan van een uitgebreid ontbijt. Aan het eind van de ochtend gaan we weer fris op pad. We proberen bij het toeristencentrum informatie te krijgen voor een project wat we kunnen helpen met het geld van Koen. Helaas is Floppy nu nog minder gelukkig en blijken de projecten of door de overheid gesteund of zijn ze te ver weg. We beslissen naar het natuurhistorisch museum te gaan maar dit blijkt dicht op dinsdag. Dit geldt ook voor de vlooienmarkt. Later horen we dat dit maken heeft met het geloof van de Mongolen dat dinsdag de slechtste dag van de week is om handel te drijven. We bezoeken nog een muziekwinkel, die originele traditionele muziekinstrumenten verkoopt. Deze exemplaren blijken een beetje te ver boven budget te liggen om onze wereldverzameling aan te vullen, dus zoeken we nog even verder. Aan de Piece Avenue zit nog een groot warenhuis met een souvenirverdieping. Hier blijken veel souvenirs wat goedkoper te zijn. Hier slagen we wel voor een instrument. Natuurlijk mag als Nederlander een bezoekje aan Café Amsterdam niet ontbreken. Op het terras genieten van de drukte van de stad. Erwin slaagt er ook nog in een mooi glas van Tiger Beer voor weinig geld te kopen. Aan het einde van de middag gaan we terig naar UB guesthouse. Hier maken we de tour definitief. De eerste zeven dagen reizen we met Ville, een Fin uit Helsinki en de laatste drie dagen reizen we alleen.  Nu moeten we alleen de reis nog betalen en dat blijkt lastiger te zijn aangezien het hostel geen creditcards accepteert. We kunnen maximaal één keer per dag pinnen met een maximum van € 350, -. Gelukkig lukt het uiteindelijk. Nu snel naar huis om een flinke salademaaltijd te maken. De komende tien dagen wordt groente en fruit namelijk schaars. Mongolen eten namelijk bijna geen groente, aangezien ze in de binnenlanden geen akkerbouw willen aangezien het de overtuiging is dat dit slecht voor de grond is. Gelukkig lopen er wel veel dieren dus vlees is er voldoende.

15 mei. We moeten vroeg uit de veren om op tijd te zijn voor onze gids die ons komt halen. We zeggen even snel de Nederlanders gedag waarmee we in de trein naar Irkutsk samen waren. Buiten wacht onze witte Russische 4×4 op ons. De chauffeur is behoorlijk behendig in het chaotische verkeer. Waarschijnlijk komt dit door zijn veelvuldige toeter gebruik. Voor we de stad uitkunnen wordt door onze kok flink wat inkopen gedaan. Zelf kopen we veel appels, water en wat ander noodrantsoen aangezien we gehoord hebben dat de hoeveelheid eten nogal verschilt per dag. Eindelijk kunnen we hobbelt op weg over de slechte asfaltweg. De eerste stop is bij een tankauto. Dat scheelt toch zeker een paar cent in vergelijking met het tankstation waarvan er ook heel wat zijn.
Hierna stoppen we nog bij een grote Oval waar de chauffeur een keer omheen rijd. Dit brengt geluk onderweg. Hier na stopt de gaten weg en blijft alleen een hobbelige track over. Wij verwachten dat we pas bij een stad weer asfalt zien maar niets is minder waar. Na een half uur begint ineens een prachtig geasfalteerde weg die we gaan volgen. We stoppen voor de lunch en genieten van de stilte en ruimte om ons heen. We krijgen een heerlijke soep voorgeschoteld. Lekker voorzien gaan we de weg weer op die na een uur weer net zo plotseling ophoud als deze begonnen was. De wegen die nu niet meer zijn dan autobrede tracks variëren van redelijk tot zeer maar dan ook wel zeer hobbeling waarbij we flink worden doorgeschut. Het landschap wisselt behoorlijk. We zien onderweg na flinke stukken ijs die refereren naar de koude winter die pas geweest is. In Mongolië kan de temperatuur dalen naar -60 graden en in de zomer kan het 40 graden in de plus worden. Een aantal keren moeten we stoppen als de “weg” geblokkeerd wordt door koeien, paarden, schapen of geiten. Maar meestal volstaat flink toeteren en gaan de beesten vanzelf aan de kant. We stoppen af en toe om even van mooie uitzichtpunten te genieten. De mooiste stop is bij Baga gazriyn chuluu. Waar we prachtig uitzicht hebben over de vallei. De weg wordt ook een stuk ruiger en we moeten de vierwielaandrijving aanspreken om boven te komen. We komen aan bij twee gertenten waarvan één onze overnachtingsplek blijkt te zijn. De tent is eenvoudig ingericht met zes bedden en verder niets. In tegenstelling tot wat wij verwachten, blijken de waakhonden lief en blij te zijn. We krijgen thee en wachten op ons avondeten. Dit is een lekkere rijstmaaltijd met groente uit potje aangezien men vers niet kent.

Voor het geïmproviseerde toilet moeten we een halve kilometer lopen maar dan hebben we ook wel een mooie creatie; Het toilet is namelijk niet meer dan een kleine houten hut met een gat in de bodem en daarbovenop een WC pot. ‘s Avonds, in de donkere woestijn, moeten we best even opletten om de WC terug te vinden.

16 mei. Om 9.00 uur nemen we afscheid van ons nomade familie. Floppy trekt met zijn nieuwe Mongoolse hoed best wat bekijks. Zoveel zelfs dat de vrouw des huizes graag even met hem op de foto wil. Onze chauffeur rijdt in het begin niet heel erg hard en stopt een aantal keren voor een sanitaire stop zonder sanitair. De sporen blijven erg smal totdat we in de buurt komen van een stad. Dit blijkt Mandalgovi. Het is bizar om te zien dat vanuit het niets ineens asfalt begint en dus ook de stad. In de stad wordt onze watervoorraad aangevuld en moet onze chauffeur even wat afgeven. Net buiten de stad blijken we een lekke band te hebben. De band wordt verwisseld waarna we terugrijden naar de stad om de band te repareren. Oorzaak blijkt een simpele spijker en dat is best bizar aangezien we de meeste tijd over scherpe stenen heenrijden. Voor een tweede keer verlaten we de stad en nog geen kilometer verder stoppen we weer. Deze keer is het lunchtime! Terwijl onze kok een maal bereidt proberen wij de gekochte frisbee uit. Dit valt nog best tegen met de stevige wind die door de woestijn blaast. Onze lunch bestaat wederom uit een noodle soep en smaakt een beetje flauw. Eenmaal weer op pad gaat het gas erop om wat verloren tijd in te halen. We volgen een hele poos een hoogspanningslijn en soms lijkt het erop dat er tientallen sporen naast elkaar liggen. De wind wakkert aan en zo nu en dan wordt er veel zand over de weg geblazen. Ondanks dat de ramen gesloten zijn ademen wij in de auto ook veel stof in en dat is best vervelend. We rijden veel en stoppen soms voor een kleine pauze. Aan het eind van de middag stopt onze chauffeur een aantal keer om de weg te vragen. Het lijkt wel of hij verdwaald is. Ondanks dat de weg ineens ophoudt valt dit wel mee, want we zijn precies waar we wezen moeten, namelijk de ´White Stupa´. Dit adembenemende stuk woestijn bestaat uit allerlei gekleurde rotsformaties die tussen steile kliffen liggen. Ons doet het nog het meest denken aan de Painted Desert uit Amerika. Het grootste verschil is dat we hier bijna uit ons broek waaien zoveel wind dat er staat. Dit is trouwens voor foto’s maken ook best lastig. Een paar kilometer bij dit punt vandaan woont onze nomade familie waar we vannacht slapen. We worden na enige tijd onthaald in de Ger tent van de familie waar we zoetige kamelenmelk thee en een koek krijgen. We treffen weer de zelfde groep aan als gisteravond alleen nu blijkt dat er voor ons geen tent meer over is. Daarom slapen we in de hoofdtent samen met de grootmoeder van het gezin. Als wij onze Nederlandse fotocollage laten zien aan onze gidsen en de familie, blijkt dat één van de vrouwen een beetje Engels spreekt. Hierdoor horen we dat de familie 90 kamelen heeft en sinds november vorig jaar op deze plek woont. Ons eten wordt vers gemaakt op de kachel die gestookt wordt op gedroogde kamelenmest. De WC blijkt hier trouwens “everywhere” te zijn wat zoiets betekend als, zoek een beschut plekje en zorg dat niemand je ziet… Moe en voldaan gaan we uiteindelijk slapen op een mat op de harde vloer.

17 mei. Een beetje gebroken worden we om 7.00u voor de zoveelste keer wakker. Aangezien de familie thee gaat zetten beslissen wij op te staan. We frissen ons een beetje op en na een ontbijt met een eitje gaan we al om 8.00u op pad. Onze gidsen lijken wel haast te hebben. We stoppen eventjes in een stadje en gaan dan weer op weg. Er zitten ruige stukken tussen maar ook kale vlaktes. We hebben een aantal korte stops gehad als ineens in de verte een grote stad op duikt, Dalanzagad. Op de sporen naar de stad gebeurt hetzelfde fenomeen als rijden op een Nederlandse dijk. Door het slingeren duurt het best lang voor we uiteindelijk de hemelsbrede korte afstand hebben overbrugd. In de stad stoppen we bij een gebouw. Dit blijkt een algemeen douchgebouw te zijn we ons heerlijk kunnen opfrissen na drie stoffige dagen. Eenmaal weer lekker schoon rijden we nog een klein stukje verder voor we op een gerkamp zijn net buiten de stad. Dit blijkt onze overnachtingsplek te zijn. Een beetje vroeg om 13.00 uur maar ook wel lekker een beetje vrije tijd. De middag gebruiken we om aan ons verslag te werken, Rhianne zoekt de route verder uit en Erwin studeert wat. Om de tijd wat te doden gaan we samen met Ville poolen. Ze kijken ons een beetje raar aan, maar we krijgen een tafel. Op een tafel met een los laken en hoekje in sommige ballen vermaken we ons prima. Ons avondeten is wederom een simpele noodlesoep die niet echt vullend is. Kijk, daarom hebben we nou noodvoorraad gekocht… De eigenaren van de gerkamp hebben een zoontje van een jaar of drie. Wij maken hem heel blij met één van de grote oranje ballonen die wij mee genomen hebben uit Nederland. Gevuld met zand maakt deze een leuk geluid.

18 mei. Wetende dat we een druk programma hebben vandaag staan we om half 8 op, we zorgen dat alle spullen zijn ingepakt voor het ontbijt van half negen. Helaas komt er geen ontbijt en als Erwin om 8.45 even gaat vragen blijken de gidsen nog te slapen. Als 3x flink bonken op de deur niet helpt, is een schreeuw “good morning” genoeg om de gidsen verschrikt wakker te maken. Uiteindelijk kunnen we 10 minuten later eten (ditmaal eenvoudig cornflakes en cake zodat we om 9.15 uur vertrekken). Ons eerste doel is Yolin Am, dit is een gletsjer in een smalle vallei die tot eind augustus te zien is en dan pas eind oktober weer aangroeit. Vanaf de parkeerplaats is het bijna twee kilometer wandelen tot we het ijs bereiken. Vlak voor de gletsjer zien we het dode lichaam van een sneeuwluipaardenjong (wat later een wilde kat bleek te zijn). Het beest ziet er nog prachtig uit en dit is best uniek om te zien. Eenmaal op de gletsjer blijkt het ijs soms nog net zo hoog als wij zelf te zijn. Over een lengte van twee kilometer ligt nog ijs en dan is het op. We wandelen nog een stukje verder voor we terug gaan om te genieten van een lunch die onze gidsen ondertussen hebben klaar gemaakt. Pas rond half twee gaan we weer op weg naar onze volgende bestemming, de zandduinen van Khongorin Els. Het eerste stuk van de deze tocht is zeer mooi en zeer ruig waarbij we vaak alle kracht van de auto moeten aanspreken en flink door elkaar geschut worden. Het laatste deel van dit stuk rijden we door een kleine rivier en zelfs langs een flink stuk ijs. Soms is de vallei niet veel breder dan de auto. Na dit stuk wordt Het landschap saai en is het bijna te vergelijken met een maanlandschap. We hebben ruim vier uur nodig om de eerste witte zandduinen te zien opgroeien tegen de bergen die de vallei omsluiten. Al blijven ze lastig te zien door de vele wind die het zand doet opwaaien. Nog een klein uur verder komen we eindelijk bij ons gerkamp aan. Hier blijken de Australiërs ook weer te zijn. Aangezien we graag de zon zien verdwijnen achter de duinen en we zin hebben in nog een stevige hike beslissen we tegen de hoogste duin op te klimmen. Met onze ervaring in Namibië, weten we dat we rustig de 100 meter over de kam omhoog moeten klimmen. Maar hier blijkt de wind echter zo sterk dat we bijna weggeblazen worden. We moeten dus af en toe stoppen om bij te komen. Helemaal boven kunnen we nog veel meer duinen zien maar rustig genieten van onze prestatie is er niet bij. Bovenop zijn zulke harde draai winden dat we elkaar amper kunnen horen en onze ogen kunnen openen. Een paar foto’s met de stofdichte camera verder beslissen we dan ook om weer af te dwalen. Uiteraard moet Erwin het laatste stuk nog even naar beneden rollen zoals hij op elke duin tot nog toe gedaan heeft. Vol met zand komt hij beneden aan. Eenmaal terug in het kamp is het al negen uur en staat een heerlijke rijstmaaltijd op ons te wachten. Voor we kunnen slapen is er voor Erwin Mcgyver eindelijk weer een klusje. Een stuk van het dak moet provisorisch dichtgemaakt worden met tyraps, wat Ducktape en een handdoek om er voor te zorgen dat het niet te koud en winderig in de tent wordt.

19 mei. Aangezien de bedden kei hard waren hebben we niet echt lekker geslapen. We zijn dan ook om half acht weer op. Het ontbijt komt om acht uur een halfuurtje eerder dan afgesproken en dat komt goed uit aangezien we naast de langste rijdag (350km) ook nog gaan kameel rijden. Als we klaar zijn blijkt de auto van de Australiërs kapot en wordt besloten dat zij eerst met ons gaan kameel rijden. Helaas komen zij net uit bed dus het duurt een halfuurtje langer voor we weg kunnen. Het kameel rijden is een leuke ervaring. Hobbelend op de rug gaat het richting de duinen. Iedereen houd het touw vast wat aan de kameel naast hem of haar vastzit. Eenmaal in de duinen maken we nog een leuke groepsfoto en zijn daar na ruim een uur weer terug op plaats van vertrek. Nu moeten eerst de a Australiërs terug naar ons kamp en dan kunnen we eindelijk starten aan de lange rijdag, het is dan 11 uur. Onderweg stoppen we één keer wat langer voor de lunch, soep met stukjes kamelenvlees en verder soms voor een plas of fotopauze. Stukken zijn heel mooi en afwisselend sommige lang en saai. In Tsogttsetsly hebben we diner en zien nog even hoe een vastgelopen vrachtauto wordt losgetrokken uit het zand. Het is zeven uur als we starten aan de laatste 100 kilometer. Terwijl de zon langzaam daalt, beginnen wij steeds ongemakkelijker te zitten. We zijn er klaar mee voor vandaag. Gelukkig duikt er 30 kilometer voor de stad ineens een asfalt weg op. Nu kunnen we tenminste, de gaten ontwijkend, de snelheid wat opvoeren. Pas om half 10 als het net als het helemaal donker is rijden we de stad in. De verdiende douche stellen we uit tot morgen. Eenmaal in de ger blijkt dit een mooi aangekleed exemplaar alleen met twee bedden. Dit wordt opgelost met een matras op de grond. Zelfs de kachel gaat even aan en we krijgen nog een lekkere noodle soep. Helaas blijkt er alleen geen werkende Wi-Fi verbinding aanwezig zodat even skypen om Erwin zijn zus te feliciteren er dit keer niet inzit.

Dit artikel is geplaatst in Mongolië, Rusland. Bookmark de permalink.

Geef een reactie